‘Ik hoop dat wij wél door de overheid zullen worden gehoord.’ Woordvoerder Lyle Muns van Proud, de splinternieuwe belangenorganisatie voor sekswerkers, had goede moed in 2015. De vorige belangenclubs, De Rode Draad en Stichting Geisha, waren in de jaren daarvoor ter ziele gegaan. Waarom zou het Proud nu wel lukken? Muns: ‘De Rode Draad was een stichting, Geisha was een stichting. Wij zijn een vereniging. Wij vertegenwoordigen de sekswerkers zelf.’ Maar die vereniging is zes jaar later nauwelijks actief meer. Leden hebben al een tijdje niets meer van het bestuur gehoord. De telefoon wordt niet opgenomen, de mail niet beantwoord.

En dat terwijl landelijke belangenbehartiging voor sekswerkers het afgelopen coronajaar zo hard nodig bleek. Veel sekswerkers grepen naast de coronasteun­regelingen, ze moesten steeds langer dicht blijven dan andere contactberoepen, gingen illegaal werken en bleken daardoor kwetsbaar voor geweld. Een nieuwe wet, waarover in Den Haag al jaren wordt gesproken, dreigt het voor veel sekswerkers bovendien nog moeilijker te maken.
Wat is er aan de hand bij Proud? Hoe kan het dat landelijke belangenbehartiging in Nederland steeds niet lijkt te lukken? En hoe kan het wel?

Vrije vrouwen

‘Het lijkt wel of er een vloek rust op sekswerkersrechtenorganisaties,’ verzucht Mariska Majoor, ‘en dat is zuur voor een land dat een voorbeeldfunctie heeft gehad.’ Majoor richtte Proud in 2015 op, maar is al enkele jaren niet meer betrokken bij de organisatie.

Nederland kende al in 1985 een belangenvereniging voor prostituees (die tegenwoordig ‘sekswerkers’ worden genoemd, om te benadrukken dat het een beroep is). De Rode Draad organiseerde veel bezochte Hoerenbals, er was een vakblad. Het werd een wereldberoemde organisatie, volgens ex-prostituee en schrijfster Metje Blaak, sinds eind jaren negentig het gezicht van de club. ‘Elke journalist sprong erbovenop. Het was ongekend dat prostituees hun mond opendeden.’

Rond de eeuwwisseling probeerde De Rode Draad meermalen met de FNV een vakbond op te richten, ‘Vakwerk’. ‘Dat is niet gelukt,’ zegt Blaak. ‘Veel vrouwen willen niet geregistreerd worden. Ze waren bang dat levenslang achter hun naam kwam te staan: prostituee.’ Dat merkt Blaak zelf ook: ze is al 25 jaar uit het vak, heeft tientallen (kinder)boeken geschreven, maar wordt nog steeds alleen door journalisten gebeld als het om sekswerk gaat.

De Rode Draad was de enige organisatie die echt goed contact had met de prostituees, zegt Blaak. ‘Wij wisten waar we vrouwen naartoe moesten brengen die in gevaar waren, we hadden een netwerk.’ Ja, er was ook de Mr. A. de Graaf-stichting, en de Stichting tegen Vrouwenhandel. ‘Maar daar werkten allemaal hotemetoten,’ zegt Blaak. ‘De dure woorden die zij spraken, daar hadden de vrouwen geen zin in.’

Vanaf 2005 viel de structurele subsidie van 200.000 euro per jaar weg, onder het mom van bezuinigingen bij het ministerie van Volksgezondheid. Maar volgens Blaak was De Rode Draad ‘te positief voor prostituees’, omdat de organisatie ze zag ‘als vrije vrouwen, met sekswerk als beroep’. Volgens Proud-oprichtster Mariska Majoor, die in 1994 het Prostitutie Informatie Centrum begon, heeft ‘de overheid De Rode Draad kapotgemaakt’.

Met projectsubsidies (100.000 euro per jaar), gemeentegelden en donaties hield de stichting het nog even uit. ‘We leefden de laatste jaren van lezingen,’ zegt Metje Blaak, die jarenlang als woordvoerder optrad voor De Rode Draad, die ze de laatste jaren runde met de onlangs overleden Sietske Altink. ‘Daar konden we de huur, de fax en de computer van betalen. Maar uiteindelijk beseften we dat we alleen maar bezig waren om het pand in stand te houden. We konden niets voor de vrouwen doen.’ In 2012 ging de club failliet.

sekswerkers

Weinig bestuurservaring

‘Clubs die door sekswerkers zelf worden geleid, missen structurele financiële ondersteuning,’ zegt Sally Hendriks, die zich bij Soa Aids Nederland al jaren bezighoudt met sekswerkers. ‘Dat is een groot gemis in Nederland.’

Ook Proud mist structurele organisatiesubsidie van de overheid. ‘We kregen subsidie voor projecten. Een educatieproject. Een onderzoeksproject. Maar geen duurzame subsidie,’ zegt Yvette Luhrs, die van 2016 tot 2018 voorzitter was van Proud.

Aan de andere kant ligt het ook niet voor de hand dat de overheid subsidie toekent aan kleine clubs van sekswerkers met weinig bestuurservaring. ‘Je moet een redelijk groot, solide systeem hebben om dat soort bedragen te verwerken,’ zegt Hendriks. ‘Voor kleine clubs is het moeilijk aan die voorwaarde te voldoen.’

Een kip-of-het-ei-probleem? Luhrs: ‘Zonder structurele financiële middelen kun je niet iemand een vaste baan bieden voor projectmanagement of administratie, om in het vervolg grotere dingen naar je toe te trekken.’

Uit cijfers die het ministerie van Justitie en Veiligheid toestuurt, blijkt dat de prostitutiebranche sinds 2010 zo’n 30,4 miljoen euro subsidie heeft ontvangen. Dat lijkt een flink bedrag, maar ruim 28 miljoen euro daarvan was bestemd voor uitstapprogramma’s (zogenoemde RUPS-gelden, Regeling Uitstapprogramma’s Prostituees). ‘Wat de sekswerkersgemeenschap stoort, en mij ook,’ zegt Luhrs, ‘is dat het voor niet-sekswerkers altijd makkelijker is om iets voor sekswerkers te organiseren dan voor sekswerkers zelf.’ Luhrs begrijpt dat er daarom door sekswerkers met wantrouwen wordt gekeken naar clubs die door niet-sekswerkers worden geleid. ‘Sekswerkers hebben het minst toegang tot de subsidiepot.’ Met de één à twee ton subsidie kunnen sekswerkers nauwelijks een stabiele organisatie optuigen. Ze blijven sterk afhankelijk van de inzet van vrijwilligers en de kwaliteit van de bestuurders.

Wat betreft dat laatste ging het mis bij Stichting Geisha. Die werd eind 2011, toen van De Rode Draad alleen nog een website over was, opgericht door ex-sekswerkster Ilonka. Geisha wilde ‘in heel Nederland een brug zijn tussen sekswerkers en de overheid’, vertelt Dirk Celis, een Vlaamse kunstenaar die Ilonka kende uit Antwerpen, en die later voorzitter werd van Geisha. Ilonka was als directeur zichtbaar in de media en schoof aan bij discussieavonden. In 2013 kreeg de stichting 85.000 euro van het ministerie, onder meer om onderzoek te doen naar de behoeften van sekswerkers.

Maar nadat dat onderzoek was afgerond, ging het mis. In de zomer van 2014 maakte het ministerie nog eens een ton over naar Geisha. Binnen twee weken gaf Ilonka daarvan 45.000 euro uit aan zichzelf en haar dochter, blijkt uit een rechtbankdocument. Toen voorzitter Celis daar achterkwam, blokkeerde hij Ilonka’s toegang tot de rekening en schorste hij haar. In overleg met het ministerie werd Stichting Geisha in 2015 opgeheven; Celis had geen zin om ermee door te gaan, vertelt hij. ‘Op deze manier konden we niet in vol vertrouwen werken.’ De overgebleven subsidie werd teruggestort naar het ministerie.

De kar trekken

Opnieuw lag de landelijke belangenbehartiging op z’n gat. Mariska Majoor kon dat niet aanzien. ‘We zaten in een periode waarin nieuwe landelijke wetgeving werd besproken die we heel ernstig vonden,’ zegt Majoor, doelend op het wetsvoorstel Wet regulering sekswerk. Die wet zou sekswerkers onder meer verplichten zich te registreren. Daar zijn veel sekswerkers huiverig voor, bang om door het stigma op sekswerk voor het leven gelabeld te worden. ‘Ik vond het wetsvoorstel een afgang voor Nederland, dat jarenlang vooruitstrevend was geweest op prostitutiebeleid,’ zegt Majoor.

In 2015 bracht ze een groepje bij elkaar in haar eigen Prostitutie Informatie Centrum, een ruimte naast de Oude Kerk in Amsterdam, midden in het Wallengebied. Bij een borrel rond een grote tafel probeerde ze alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. ‘Ik kon de kar trekken. Ik had een ruimte. We hadden kennis nodig, en mensen,’ zegt Majoor. ‘Oftewel: sekswerkers. Dat vonden we belangrijk, dat het een organisatie zou worden gerund door sekswerkers of voormalig sekswerkers.’

Zodra er subsidie zou komen, zou Majoor eruit stappen, wist ze al vanaf het begin. ‘Ik ben daar niet geschikt voor. Ik ben meer ondernemer dan bestuurder. Ik werk graag alleen. Ben eigenwijs.’ Bovendien kreeg ze de diagnose kanker. Ze moest zich focussen op haar gezondheid.

De subsidie kwam al snel. Van januari 2016 tot mei 2019 ontving Proud in totaal een half miljoen euro. Mediamaker en pornoperformer Yvette Luhrs werd in 2016 de welbespraakte voorzitter. De club was vaak in de media te vinden en trok de aandacht met demonstraties op straat. Met het geld konden ze duizenden sekswerkers per jaar spreken, een juridisch loket runnen dat sekswerkers bijstond in zaken tegen de gemeente of verhuurders en een inlooplocatie bemensen. Het werk werd veelal door sekswerkers zelf verricht.

Maar na mei 2019 stopte de geldstroom weer. Waarom, dat blijft onduidelijk. Voormalige bestuursleden van Proud willen niets zeggen over wat er op dit moment speelt. Het ministerie onderstreept in een reactie het belang van ‘het opkomen voor de arbeidsomstandigheden en maatschappelijke positie van sekswerkers’, maar op de vraag waarom de subsidie aan Proud dan stopte, zegt het ministerie alleen dat die ‘tijdelijk’ was.

Na het lezen van een conceptversie van dit artikel mailt Proud alsnog een uitgebreide reactie per mail. Daarin benadrukt het bestuur dat Proud niet verdwenen is. ‘Wel hebben we als bestuur ervaren dat een vereniging runnen zonder financiële middelen erg lastig is.’ Daarom reageren ze alleen op het ‘hoogst noodzakelijke’. Maar ze zijn inderdaad ‘niet open voor publiek’, en ‘dat gaat ons aan het hart’. Ze zeggen in gesprek te zijn met het ministerie over subsidie. Waarom die stopte in 2019 is hun ook ‘niet bekend’.

Een soort vakbond

Tijdens de coronacrisis werd landelijke belangenbehartiging gemist. Sekswerkers mochten, net als andere contactberoepen, plots niet meer werken, maar velen van hen konden geen aanspraak maken op steunregelingen als de Tozo. Veel sekswerkers staan namelijk niet bij de KvK ingeschreven als zzp’er, een voorwaarde voor het ontvangen van Tozo, maar werken in clubs, privéhuizen of bordelen via een opting-in-systeem. Dat is een soort fictief dienstverband, waarbij de sekswerker niet in loondienst is, maar ook niet helemaal zelfstandig. En daardoor tussen wal en schip valt. De sekswerker heeft niet de voordelen van de zzp’er, maar wel de plichten.

Ondertussen draaide de sekswereld illegaal door. Daardoor werden sekswerkers kwetsbaarder voor klanten die kwaad wilden, bleek eerder dit jaar uit een inventarisatie van Soa Aids Nederland. Durf maar eens aangifte te doen van een gewelddadige klant als je eigenlijk helemaal niet had mogen werken.

Het was uiteindelijk Soa Aids Nederland die aan het begin van de coronacrisis sekswerkersorganisaties bij elkaar bracht. ‘Elke branche, elke vakbond stak de koppen bij elkaar: hoe gaan wij om met corona?’ vertelt Sally Hendriks van Soa Aids Nederland. ‘Maar binnen de seksbranche was er niet echt zo’n organisatiestructuur. Wie pakt het dan op?’ Dat was onder anderen haar collega Evelien Spek, projectmedewerker op het gebied van onder meer sekswerkers. ‘Wij zijn vooral faciliterend op zo’n moment. Wij zeggen tegen de branche: kom bij elkaar, maak een plan. Je merkt dat je dan een soort vakbond bent.’

Kapper en sekswerker

Niet lang daarna hadden sekswerkers en exploitanten samen een hygiëneprotocol geschreven (de sekswerker zou onder meer een gezondheidscheck vooraf doen bij de klant, een mondkapje dragen, niet werken bij klachten, latex handschoenen dragen bij handwerk en geen orale seks aanbieden). Dat leek te werken: ‘coronaminister’ Hugo de Jonge zei eind juni 2020 dat door ‘de door de sector opgestelde protocollen het kabinet er vertrouwen in heeft dat opening op een zo veilig mogelijke manier kan plaatsvinden.’ Ze mochten 1 juli 2020 weer aan de slag.

Tijdens de tweede lockdown moesten de sekswerkers opnieuw achteraan aansluiten. Waar andere contactberoepen zoals kappers en masseurs al begin maart hun deuren mochten openen, was dat voor de sekswerkers pas half mei dit jaar. ‘Wat is het verschil tussen een kapper en een sekswerker?’ vroeg een journalist tijdens de persconferentie van 23 februari aan Mark Rutte. ‘Bij sekswerkers heb je te maken met het bijzondere karakter van het beroep,’ antwoordde de premier. ‘Namelijk dat je heel dicht bij elkaar bent.’ Rutte had het niet over het ‘karakter’ van massages, waarbij veel grotere delen van het lichaam langdurig worden aangeraakt, of het karakter van een kappersbezoek, dat doorgaans langer duurt dan de zeven minuten die raamwerkers zeggen nodig te hebben. ‘Ik vraag het voor een vriend, dat begrijpt u,’ grapte de journalist nog snel. ‘Begrijp ik,’ glimlachte Rutte terug. Het mocht natuurlijk niet een serieuze vraag lijken.

Samenwerkend beleid

‘Wereldwijd is de invloed van sekswerkersorganisaties op politieke processen beperkt,’ zegt Joep Rottier, die in 2018 promoveerde op het seksindustriebeleid in Nieuw-Zeeland. ‘Een gebrek aan structuur, het stigma op sekswerk en de angst van sekswerkers om hun anonimiteit te verliezen zijn barrières om zich goed te organiseren.’ Ook de weigering van overheden samen te werken en financiële middelen te verstrekken belemmert effectieve zelforganisatie, zegt Rottier.

‘Het uitgangspunt is collaborative governance. Dat komt neer op luisteren naar sekswerkers, in plaats van praten óver sekswerkers.’

En zelfs mét genoeg financiële middelen is het ‘godvergeten moeilijk’ een sekswerkersorganisatie te runnen, legt Proud-oprichter Mariska Majoor uit. ‘Je bent afhankelijk van subsidies van een terughoudende overheid, in een maatschappij die toch al geen hoge pet van je op heeft, met weinig mensen die zich er openlijk voor willen inzetten, met repressieve wetgeving, die ook nog eens verschilt per gemeente.’

Als voorbeeld van hoe het wél kan, wordt al jaren naar Nieuw-Zeeland gewezen. De belangenorganisatie daar, New Zealand Prostitutes Collective (NZPC), wordt door de overheid beschouwd als eerste aanspreekpunt, zegt Rottier. Het uitgangspunt is collaborative governance, samenwerkend beleid, zegt hij. ‘Dat komt neer op luisteren naar sekswerkers, in plaats van praten óver sekswerkers.’

De NZPC, al in 1987 opgericht, ontvangt volgens Rottier jaarlijks 1 miljoen Nieuw-Zeelandse dollars van de overheid. Dat is omgerekend zo’n 600.000 euro. Een giga bedrag vergeleken met de een à twee ton tijdelijke subsidie per jaar die Proud kreeg, helemaal als je bedenkt dat Nieuw-Zeeland nog geen vijf miljoen inwoners telt. De NZPC heeft vestigingen in alle grote steden, zegt Rottier, waardoor sekswerkers makkelijker toegang hebben tot medische hulp of informatie over de wet- en regelgeving.

Tijdens de coronacrisis betaalde de sterke positie van Nieuw-Zeelandse sekswerkers zich uit. Financiële steun konden ze in enkele minuten regelen. Op het aanvraagformulier hoefden zij slechts aan te tonen dat hun inkomen met zeker 30 procent was gedaald ten opzichte van een jaar daarvoor. Het beroep invullen was vanwege de stigmalast niet nodig, aldus Rottier. Na de lockdown mochten de Nieuw-Zeelandse sekswerkers tegelijk met andere contactberoepen weer aan de slag. En daar zit het verschil tussen Nieuw-Zeeland en Nederland. Sekswerk wordt in Nieuw-Zeeland hetzelfde behandeld als andere beroepen. Rottier: ‘Sekswerk is in Nederland sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000 weliswaar gelegaliseerd, maar alleen onder strikte voorwaarden, zoals een speciale vergunning. De sluiting van het Zandpad in Utrecht, of van ramen in Amsterdam, zou onvoorstelbaar zijn bij andere service-industrieën.’

Waar sekswerk in Nederland is ‘gelegaliseerd’, is in Nieuw-Zeeland sprake van ‘decriminalisering’, zegt Rottier. ‘Dat wil zeggen dat de sector dezelfde rechten, plichten en verantwoordelijkheden heeft als elke andere service-industrie.’ Sinds die decriminalisering, in 2003, is in Nieuw-Zeeland geen enkele mensenhandelzaak officieel geregistreerd, volgens Rottier. ‘Dat wil niet zeggen dat het niet gebeurt, maar gevallen van uitbuiting of geweld door bijvoorbeeld een exploitant worden vaak via bemiddeling van de politie of NZPC opgelost. Een officiële rechtszaak is dan niet meer nodig.’

sekswerkers

Framen als mensenhandel

Hoewel niet duidelijk is hoe vaak mensenhandel in de Nederlandse seksbranche voorkomt (de schattingen lopen sterk uiteen) is de Wet regulering sekswerk bedoeld om mensenhandel tegen te gaan. Met verplichte vergunningen die alleen 21-plussers kunnen krijgen, verplichte registratie en een verplicht intakegesprek met de gemeente om te controleren of een sekswerker zelfstandig kan opereren. Sekswerkersorganisaties waarschuwen al jaren voor deze maatregelen. Ze vrezen dat als sekswerkers zich bekend moeten maken als sekswerker, ze illegaal gaan werken. In Duitsland bleek na een vergelijkbare registratieplicht al uit onderzoek dat slechts 17 procent van de sekswerkers zich daadwerkelijk laat registreren.

Waarom het wetsvoorstel dan nog niet van tafel is, wijt onderzoeker Rottier onder meer aan ‘politieke stellingnames, morele overtuigingen en expliciete ideologieën’. ‘De ChristenUnie en het CDA accepteren het bestaan van prostitutie niet. Dat past niet in hun ideologie. Daarom tracht men die seksindustrie te framen als gelijk aan mensenhandel.’
Het is tekenend dat sekswerk sinds 2010 onder het ministerie van Justitie en Veiligheid valt, en niet bijvoorbeeld onder Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zoals andere beroepen. Rottier vindt het beter om sekswerk en mensenhandel te scheiden. ‘Sekswerk is immers werk, het is legaal in Nederland. Uitbuiting komt ook elders voor.’

Maar wie kan die boodschap nog aan politici verkondigen nu Proud is stilgevallen? Wie vertegenwoordigt de sekswerkers op landelijk niveau?

Kwaadwillende klanten

Er gloort wat dat betreft weer een beetje hoop voor sekswerkers. In juni werd de Sekswerk Alliantie Destigmatisering gelanceerd, oftewel de SWAD. Het is niet alleen het nieuw landelijke initiatief voor belangenbehartiging van sekswerkers, het is ook een vernieuwende vorm. SWAD is een samenwerkingsverband van 22 organisaties, waaronder Proud en het Prostitutie Informatie Centrum, maar ook bijvoorbeeld de gemeente Tilburg en GGD Flevoland. Veertien partijen zijn zelforganistaties van sekswerkers.

Het doel van SWAD: het stigma op sekswerk aanpakken. Dat stigma zorgt er onder meer voor dat sekswerkers moeite hebben een bankrekening te openen, geen aangifte durven te doen of geen huisvesting of baan krijgen, alleen omdat ze sekswerker zijn (geweest). SWAD gaat ‘destigmatiseringstrainingen’ geven aan bijvoorbeeld banken, verzekeraars, makelaars, politie en de Belastingdienst. ‘Organisaties rond sekswerk hebben lang niet zo bij elkaar gezeten,’ zegt SWAD-projectleider Evelien Spek van Soa Aids Nederland. ‘De clubs zaten tot nu toe verspreid over het land, we werkten allemaal op eilandjes.’

Het idee voor de SWAD ontstond op een symposium in november 2019. Dat werd georganiseerd door de ministeries van Justitie en Veiligheid en van Sociale Zaken. En dat is opvallend. Een ‘kernwaarde’ van SWAD is dat er ‘geen aparte wetgeving’ moet worden toegepast voor sekswerk. Dat staat lijnrecht tegenover wat politiek Den Haag met de Wet regulering sekswerk beoogt.

Datzelfde verschil tussen de ambtenarij en de politiek ziet ook Sally Hendriks. Voor Soa Aids Nederland werkte ze lang in het buitenland en daar merkte ze dat het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken ‘megaprogressief’ is. ‘Wij staan in het buitenland bekend als koploper in het ondersteunen van initiatieven die worden gerund door sekswerkers zelf.’

Toen ze zich later ging focussen op Nederland, moest ze ‘echt even omschakelen’: ‘Sommige politieke partijen zwemmen tegen de maatschappelijke stroom in.’

SWAD ontving tot nu toe ruim twee ton van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Voorwaarde was wel dat Soa Aids Nederland de penvoerder zou zijn. Daar had niemand bezwaar tegen. ‘Als de belangenbehartiging onder de paraplu van een gezondheidsorganisatie plaatsvindt omdat dat subsidietechnisch goed werkt, dan prima,’ zegt Proud-oprichtster Mariska Majoor. ‘Als het eigenlijke werk maar wel wordt gedaan door sekswerkers.’ Bij Soa Aids Nederland werken ‘fantastische mensen’, zegt ze, ‘maar het zijn geen sekswerkers.’

‘Wij zijn niet de baas van SWAD,’ benadrukt Sally Hendriks. ‘Wij ondersteunen, zetten de structuren op, maar nemen geen strategische besluiten.’

Ook bij het project Ugly Mugs, waarin sekswerkers elkaar kunnen waarschuwen voor kwaadwillende klanten door ze op een zwarte lijst te zetten, vroeg Soa Aids Nederland de financiering aan, maar was het de bedoeling dat sekswerkers de uitvoering van het project gingen doen. ‘Natuurlijk hebben wij veel liever dat de sekswerkers zelf het geld in beheer hebben,’ zegt Hendriks, ‘maar dat is niet aan ons.’

Ugly Mugs (3,5 ton subsidie) ligt nu alleen stil omdat volgens de Autoriteit Persoonsgegevens de privacy van de klanten nog niet gewaarborgd is.

Sinds deze zomer fungeert Soa Aids Nederland ook als een soort ombudsman voor de sekswerkers. Er is een online ‘balie’, die sekswerkers kan helpen met het indienen van klachten bij bijvoorbeeld gemeenten, woningcorporaties of banken. Het ministerie stopte een goede vier ton in het klachtenportaal.

Autonomie

De samenwerking tussen sekswerkersorganisaties en ‘gevestigde’ partijen bevalt ook Dinah Bons, oud-bestuurslid van Proud en huidig directeur van Trans United Nederland, een belangenorganisatie specifiek voor trans sekswerkers. ‘Wij zitten uiteindelijk toch in de marge. Dus je hebt nauwe contacten nodig met organisaties die niet in de marge zitten: gemeenten, gezondheidsinstellingen. Op die manier kan jij activisme voeren, maar kun je ook je achterban wat bieden. Zoals gratis hiv-testen, of een veilig onderkomen.’

Trans United Nederland mag gebruikmaken van een pand van hulporganisatie HVO-Querido, midden op de Wallen. Overigens benadrukt Bons dat die gevestigde partijen andersom ook niet zonder sekswerkersorganisaties kunnen. ‘Wij brengen de sekswerkers immers binnen.’

SWAD mag dan een goede ontwikkeling zijn, het is nog geen volwaardige vervanging van een landelijke belangenbehartiger zoals De Rode Draad of Proud dat waren, erkennen alle betrokkenen. SWAD gaat immers alleen over het aanpakken van stigma. Bovendien vloeit met SWAD nog geen overheidssubsidie direct naar een sekswerkersorganisatie. Een klein onderdeel van de SWAD-subsidie is volgens het ministerie wel bedoeld ‘om met sekswerkers te verkennen hoe in de toekomst een vorm van landelijke belangenbehartiging ondersteund kan worden’.

‘Als sekswerkers zelf uitgenodigd worden om mee te praten over beleid dat hen aangaat, dan zijn we goed op weg,’ zegt Sally Hendriks van Soa Aids Nederland. ‘Zodat het geld niet via via hoeft te stromen.’

‘Maar als je sekswerk ziet als mensenhandel, dan is dat lastig,’ vult collega Evelien Spek aan. ‘Als je als slachtoffer wordt gezien, krijg je geen autonomie. En geen stem.’